Proces waarbij in eerste instantie het tandglazuur wordt aangetast en bij voortzetting ook het tandbeen (dentine). Hierdoor ontstaan gaatjes.
Een holte in een tand. Deze caviteit kan zowel een cariësholte als een geprepareerde uitgeboorde holte om een vulling in te plaatsen zijn.
Overmatige groei van de onderkaak, waardoor de ondertanden voor de boventanden staan.
Hoogwaardig roestvrij staal.
Remt de vorming van tandplak.
Een ontsteking die een lange tijd voortduurt.
Vruchten (afkomstig van het plantgeslacht citrus) die worden gevormd door drie lagen, bestaande uit de schil, een witte en vezelige middelste vruchtlaag en een eetbaar binnenste gedeelte. Voorbeelden zijn: sinaasappel, citroen, limoen en mandarijn.
Tandkleurig wit materiaal dat onder andere wordt gebruikt voor het opvullen van kiezen en herstellen van tanden.
Mondspoeling bestaande uit een bacteriedodende vloeistof.
Met vocht gevulde abnormale holte die ergens in het lichaam kan optreden.