Het zachte deel van de tand dat zich onder de harde glazuurlaag bevindt en de zenuwvan de tand beschermt. Is in tegenstelling tot de glazuurlaag gelig/bruin van kleur.
Ziekte waarbij het lichaam de bloedsuikerspiegel niet meer zelf in evenwicht kan houden.
Drager van erfelijke informatie van een organisme.
Tand waarvan de tandzenuw dood is. Zo’n tand kan geel, grijs of blauw verkleurd zijn.
Komt voor wanneer de gevormde bloedprop na het trekken van een tand of kies is losgeraakt. Kan heftige pijnen veroorzaken.
Ontstaan door onvolkomenheden in de pasvorm van het kunstgebit. Het kunstgebit drukt op sommige plaatsen teveel op het slijmvlies.