Moeilijke woordenlijst

Dentine (of tandbeen)

Het zachte deel van de tand dat zich onder de harde glazuurlaag bevindt en de zenuwvan de tand beschermt. Is in tegenstelling tot de glazuurlaag gelig/bruin van kleur.

Diabetes (of suikerziekte)

Ziekte waarbij het lichaam de bloedsuikerspiegel niet meer zelf in evenwicht kan houden.

DNA (Desoxyribo Nucleic Acid)

Drager van erfelijke informatie van een organisme.

Dode tand

Tand waarvan de tandzenuw dood is. Zo’n tand kan geel, grijs of blauw verkleurd zijn.

Droge tandholte

Komt voor wanneer de gevormde bloedprop na het trekken van een tand of kies is losgeraakt. Kan heftige pijnen veroorzaken.

Drukplaatsen van het kunstgebit

Ontstaan door onvolkomenheden in de pasvorm van het kunstgebit. Het kunstgebit drukt op sommige plaatsen teveel op het slijmvlies.