Verstandelijke beperking en mondgezondheid

In Nederland leven ongeveer 115.000 mensen met een verstandelijke beperking, mogelijk iets meer. Deze groep kampt met twee problemen: Een: het lukt hen niet de mond echt goed schoon te houden (tandenpoetsen, spoelen, tandenstokers/ragers) en/of zij werken niet mee als iemand anders hun mond wil reinigen; en twee: het lukt hen vaak niet om mee te werken in de tandartsstoel. Dat is vooral het geval als er sprake is van een ernstige verstandelijke beperking.

Wie lopen het meeste risico op ontstekingen en gaatjes in de mond?

Mensen met een verstandelijke beperking krijgen even vaak of zelfs minder vaak gaatjes dan hun leeftijdgenoten; maar omdat zij zich minder gemakkelijk laten behandelen en vaak te laat of geen behandeling krijgen, komen (veel) vaker onbehandelde gaatjes voor. Dit heeft als gevolg dat juist deze kwetsbare mensen onopgemerkt met kiespijn kunnen rondlopen.

Het is uit onderzoek bekend dat bij mensen met een verstandelijke beperking wel degelijk meer en vaker tandvleesontstekingen voorkomen. De belangrijkste risicogroep daarbij zijn de mensen met het syndroom van Down.

Aangeboren afwijkingen in het gebit

Gelukkig worden veel kinderen met een verstandelijke handicap geboren met een gezond gebit. Er zijn niet veel aandoeningen waarbij de mondgezondheid al op hele jonge leeftijd ernstig in gevaar is. Toch zien wij bij een aantal kinderen, jongeren en volwassenen met een verstandelijke beperking vaker een ongezonde mond, waarbij het tandvlees rood en gezwollen is (we spreken dan van een ontsteking) en waarbij er in het melkgebit en het blijvende gebit gaatjes (cariës) zijn.

Behandelen in huispraktijken en bijzondere centra

Mensen met een verstandelijke beperking kunnen voor een behandeling terecht bij huispraktijken en bijzondere centra. De behandelingen vallen in veel gevallen onder de AWBZ of onder de basisverzekering.