Hygiëne in de tandartspraktijk

In elke tandartspraktijk zijn hygiënisch werken en aandacht voor infectiepreventie belangrijke aangelegenheden. Om een goede hygiëne in de tandartspraktijk te waarborgen is in eerste instantie de richtlijn Praktijkhygiëne Tandartsenpraktijk ontwikkeld. Deze is later door de Werkgroep Infectiepreventie verder ontwikkeld tot de Praktijkrichtlijn Infectiepreventie in de tandheelkundige praktijk. Een uitgebreide versie van de meest actuele richtlijn is te vinden op www.wip.nl.

Persoonlijke hygiëne voor tandartsen

In de praktijkrichtlijn staan onder meer aanbevelingen met betrekking tot persoonlijke hygiëne van het personeel. De onderstaande punten komen als belangrijkste aanbeveling naar voren:

  • Nagels zijn kortgeknipt en schoon
  • Haar is schoon en (bij lang haar) opgestoken
  • Baarden en snorren zijn goed verzorgd en kort geknipt       
  • Sieraden, zoals ringen, armbanden of polshorloges worden niet gedragen
  • Zakdoeken worden alleen maar gebruikt in papieren vorm
  • Eten, drinken en roken gebeurt niet in de behandelruimtes
  • Kleding heeft korte mouwen en ziet er schoon uit.

Ziekte bij medewerkers in de tandartspraktijk

Wanneer een tandarts of een medewerker een infectie heeft, kan deze een besmettingsbron zijn voor patiënten en collega's. Daarom wordt soms afgezien van het zelf behandelen van patiënten. Met name voor patiënten die erg gevoelig zijn voor infecties (bijvoorbeeld door het slikken van weerstandverlagende medicijnen) is het belangrijk dat contact vermeden wordt. Geef daarom altijd bij uw tandarts aan dat u gevoelig bent voor infecties en/of medicijnen slikt.

Vaccinatie bij tandartspersoneel

Tandartsen en alle praktijkmedewerkers lopen een hoger risico om met bloed in aanraking te komen. Daarnaast kunnen zij door ziekte of dragerschap een extra ziektebron vormen voor patiënten. Om deze reden behoren zij gevaccineerd te zijn tegen hepatitis B.

Handhygiëne in de tandartspraktijk

Voor handhygiëne kan een tandarts kiezen tussen wassen met water en zeep of inwrijven met handalcohol. Deze reiniging moet plaatsvinden:

  • voor en na elke patiënt
  • na het snuiten van de neus
  • na hoesten en niezen
  • na de toiletgang
  • voor het gebruiksklaar maken van instrumenten
  • na het verwerken van gebruikte instrumenten.

Beschermingsmiddelen voor tandartsen

Eén van de manieren voor tandartsen om zichzelf en patiënten te beschermen is het dragen van beschermingsmiddelen. Veelgebruikte beschermingsmiddelen zijn:

  • Handschoenen; bij iedere patiënt worden nieuwe handschoenen gedragen. Ze worden direct na de behandeling uitgetrokken en weggegooid
  • Veiligheidsbril; wordt gedragen bij behandeling waarbij kans bestaat op spatten van bloed, speeksel of spoelwater. De bescherming wordt gereinigd met alcohol
  • Mondneusmasker; wordt gedragen bij iedere behandeling waarbij kans bestaat op spatten van bloed, speeksel of spoelwater. Deze wordt na iedere behandeling weggegooid.

Reinigen tandartsinstrumenten

Voor het ontsmetten van de tandartsinstrumenten heeft de tandarts drie mogelijkheden: reinigen, desinfecteren of steriliseren. Welke methode wordt toegepast hangt af van de ingreep. Instrumenten die in de mond worden gebruikt en in contact komen met mondweefsel dienen altijd gedesinfecteerd en/of gesteriliseerd te worden.

Reinigen behandelkamer tandartspraktijk

Ook de in de behandelkamer aanwezige onderdelen dienen gereinigd te worden. Zo moet de behandelstoel dagelijks gereinigd worden, evenals alle handgrepen die tijdens de behandeling van een patiënt worden aangeraakt. Ook dient bepaalde apparatuur te worden doorgespoeld met water. 

Bron: KNMT