Een uitgebreid onderzoek bij pijn en beweegstoornissen in het aangezicht en kaak- en kauwstelsel, Orofaciale Pijn en Disfunctie (OPD) genoemd. Als uit het eerste functieonderzoek (G21) blijkt dat er veel complicerende factoren zijn dan is een verlengd onderzoek OPD noodzakelijk. Eventueel kan er dan ook een spieractiviteitsmeting gedaan worden (G23).
De tandarts(-gnatholoog) gebruikt voor dit consult een werkwijze en vragenlijsten (mede)opgesteld door de wetenschappelijke vereniging (www.nvgpt.nl) en de internationale werkgroep.
Als uit het verlengde onderzoek blijkt dat de (complexe) problemen op het terrein van de tandarts-gnatholoog liggen dan kan er er een zogenaamd 'complex' OPD-B behandeltraject gestart worden. Dit bestaat uit een mogelijke stabilisatieopbeetplaat (G62) met daarnaast een counseling traject. Bij deze (complexe) therapie consulten (G43) worden naast oefeningen/(zelf)massages, het omgaan met pijn/gebruik van pijnmedicatie, gedragstherapie, ook zaken zoals biofeedback technieken en zogenaamde sensomotorische oefentherapie gegeven.
Bij deze complexe problematiek is het ook mogelijk dat er injecties met in de kauwspieren (o.a. botox) of het kaakgewricht worden gegeven (G44) of dat er een consult plaatsvindt over het gebruik van apparatuur waarmee geoefend moet worden (G46). Na verloop van tijd (6-12 maanden) wordt het effect van de therapie geëvalueerd (G48). Afhankelijk van de uitkomst kan de therapie worden gestopt, voortgezet of er (alsnog) verwezen worden.
Uit het verlengd onderzoek OPD kan ook blijken dat de patiënt doorverwezen moet worden (in overleg met huisarts) naar een vakgebied buiten het domein van de gnathologie (denk hierbij aan een neuroloog, KNO-arts, pijnteam etc).
Om je tijdens de overstapweken een handje te helpen, geven we informatie over hoe het zit met de zorgverzekering en de aanvullende tandartsverzekering.
Lees meer over de zorgverzekering en de aanvullende tandartsverzekering.