Elk jaar krijgen ongeveer 125.000 mensen in Nederland de diagnose kanker. Behandeling van kanker kan gevolgen hebben voor de gezondheid van je mond. Het gaat dan om bijvoorbeeld pijn, ontsteking, infecties, verandering van smaak, slikklachten, verstijving van je spieren en huid en een droge mond.
Deze klachten zijn niet altijd te voorkomen, maar zijn vaak wel te verlichten. Vertel je mondzorgverlener daarom altijd dat je voor kanker in behandeling bent of geweest bent.
Het belangrijkste is om je mond zelf goed schoon te houden. Dat betekent 2 keer per dag 2 minuten tandenpoetsen met fluoridetandpasta, liefst met een elektrische borstel. Gebruik daarnaast 1 keer per dag tandenstokers of ragers om de ruimtes tussen je tanden en kiezen te reinigen.
Als het even niet lukt om je gebit goed schoon te maken omdat je bijvoorbeeld te veel klachten hebt, dan kan je tandarts of mondhygiënist je hierbij ondersteunen. Er kan bijvoorbeeld een andere tandpasta worden geadviseerd of een professionele gebitsreiniging worden uitgevoerd.
Als je je goed genoeg voelt, kunnen de meeste behandelingen uitgevoerd worden. Ook om te voorkomen dat eventuele problemen erger worden, is het belangrijk om de mondzorg door te laten gaan. Als je bloedwaarden te laag zijn, is het beter om behandelingen uit te stellen. Maar als de behandeling écht nodig is omdat er sprake is van spoed (bijvoorbeeld het trekken van een kies in geval van pijn), dan word je mogelijk naar de MKA-chirurg (mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie) verwezen.
Als je een allogene hematopoïetische celtransplantatie (stamcellen afkomstig van een donor) hebt gehad, heb je een risico op orale graft-versus-host ziekte. Dit kan pijnklachten, een droge mond en verstijving van je spieren en huid tot gevolg hebben. Voor behandeling van orale graft-versus-host ziekte word je verwezen naar een gespecialiseerd ziekenhuis.
Als je zo’n celtransplantatie hebt gehad, heb je een licht verhoogde kans op het ontstaan van nieuwe tumoren in en om je mond. Meld daarom veranderingen in je mond of aan je lippen aan je tandarts. Die kan dan nader onderzoek (laten) doen.
Houd je mond goed schoon. Rook niet en wees matig met alcohol. Beperk blootstelling aan zonlicht door goede zonnebrandmiddelen te gebruiken, ook op je lippen.
Antiresorptieve medicijnen zijn gericht op de botten (bijvoorbeeld bij botontkalking). Antiangiogene medicijnen zijn bedoeld om geen of minder bloedvaten naar de tumor te maken. Bij sommige ingrepen (trekken van een tand of kies, een wortelpuntbehandeling en bepaalde behandelingen door de gespecialiseerde tandarts-implantoloog of tandarts-parodontoloog) is er bij mensen die deze medicijnen gebruiken of gebruikt hebben een hogere kans op afsterven van het kaakbot door kaakbotontsteking (kaakbotnecrose of osteonecrose). Dit is een heel zeldzame, maar ernstige aandoening. Als je deze medicijnen gebruikt of hebt gebruikt, dan is het belangrijk dat je mondzorgverlener dit weet. Misschien heb je een antibioticum nodig. En als het nodig is, zal je voor behandeling verwezen worden naar een MKA-chirurg.
Als je klachten in je mond hebt die het gevolg zijn van immunotherapie of doelgerichte therapie word je verwezen naar een gespecialiseerde mondzorgverlener.
Als je bestraald bent in het hoofd-halsgebied kan dit leiden tot klachten in de mond, zelfs als de bestraling al jaren geleden is geweest. Je kunt bijvoorbeeld last krijgen van een droge mond, verstijving van de spieren en huid, slikklachten, infecties en smaakverandering. Je tandarts kan je adviseren over de beste behandeling.
Je hebt ook een grotere kans op afsterven van het kaakbot door kaakbotontsteking (osteoradionecrose). Dit is een heel zeldzame, maar ernstige aandoening. Het is daarom heel belangrijk dat je je gebit goed verzorgt, regelmatig voor controle komt en dat je tandarts weet dat je bestraald bent. Die kan inschatten of een ingreep in je mond (bijvoorbeeld het trekken van een kies) veilig kan worden uitgevoerd. Zo nodig overlegt de tandarts met een meer gespecialiseerde tandarts of word je verwezen.
Ook als je geen tanden en kiezen meer hebt, moet je je mond regelmatig laten controleren. Drukplekken van een kunstgebit kunnen namelijk een risico vormen op kaakbotnecrose. Meld veranderingen in je mond of lippen altijd aan je mondzorgverlener. Die kan dan nader onderzoek (laten) doen.
Houd je mond goed schoon. Rook niet en wees matig met alcohol. Beperk blootstelling aan zonlicht door goede zonnebrandmiddelen te gebruiken, ook op je lippen.
Het is belangrijk dat je tandarts weet dat je op kinderleeftijd kanker hebt gehad, ook als dat al heel lang geleden is. Het kan namelijk zijn dat je gebit zich anders dan normaal heeft ontwikkeld of dat je door behandeling van kanker last hebt van een droge mond. De tandarts kan daar dan rekening mee houden.
Ook kun je een licht verhoogde kans op het ontstaan van nieuwe tumoren in en om de mond hebben. Meld veranderingen in je mond of lippen altijd aan je mondzorgverlener. Die kan dan nader onderzoek (laten) doen.
Houd je mond goed schoon. Rook niet en wees matig met alcohol. Beperk blootstelling aan zonlicht door goede zonnebrandmiddelen te gebruiken, ook op je lippen.
Meer informatie staat in de KIMO-praktijkrichtlijn ‘Extramurale mondzorg tijdens en na kankerbehandeling’.
Om je tijdens de overstapweken een handje te helpen, geven we informatie over hoe het zit met de zorgverzekering en de aanvullende tandartsverzekering.
Lees meer over de zorgverzekering en de aanvullende tandartsverzekering.