Elementen en elementnummers

Een gebit is opgebouwd uit tanden en kiezen. In vaktaal worden deze tanden en kiezen onderverdeeld in incisieven, cuspidaten, premolaren en molaren. Al deze onderdelen samen vormen de (gebits)elementen.

Bij sommige verrichtingen die de tandarts uitvoert, moet ook het nummer van de tand of kies op de factuur worden vermeld. Hierdoor wordt het duidelijker waar de behandeling is uitgevoerd en is de rekening ook beter te controleren.

Lijst met prestatiecodes waarbij het elementnummer vermeld moet worden 

Hoe werkt het vermelden van elementnummers?

In de tandheelkunde wordt aan elke aan elke tand en kies in de mond een nummer toegekend dat uit 2 cijfers bestaat. 

De mond wordt in 4 delen, zogenaamde kwadranten, verdeeld:

  • Rechtsboven 1 (bij melkgebit 5)
  • Linksboven 2 (bij melkgebit 6)
  • Linksonder 3 (bij melkgebit 7)
  • Rechtsonder 4 (bij melkgebit 8)

De eenheden bepalen over welke tand het in het desbetreffend kwadrant gaat (de nummering gaat van het midden naar achteren):

  • Snijtanden (of: incisieven) 1, 2
  • Hoektand (of: cuspidaten) 3
  • Premolaren en melkmolaren 4, 5
  • Molaren 6, 7, 8 (8 is de verstandskies)

Bij het voorstellen in schema's worden de tanden voorgesteld zoals de patiënt zijn gebit aan de tandarts toont, dus rechts en links verwisseld. 

De tandarts noemt de cijfers die horen bij het gebitselement meestal een voor een, dus niet 38 maar 3 8.

18 48 47 46 45 44 43 42 41 31 32 33 34 35 36 37 38 17 16 15 14 13 12 11 21 22 23 24 25 26 27 28 Het blijvende gebit
55 54 53 52 51 61 62 63 64 65 85 84 83 82 81 71 72 73 74 75 Melktanden
Allesoverhetgebit.nl is een initiatief van
KNMT